De operatiekamer

De praktijk beschikt over een steriele operatiekamer. Het team van dierenartsen en paraveterinaire medewerkers is goed op elkaar ingespeeld waardoor uw dier zo kort mogelijk in de O.K. onder behandeling zal zijn en de narcoseduur minimaal is. Bij voorkeur voeren we de operaties ’s ochtends uit, zodat het herstel gedurende de rest van de dag onder ons toezicht plaats kan vinden. Wanneer uw huisdier geopereerd gaat worden moet hij of zij nuchter zijn. Dat betekent dat u uw huisdier een dag voor de operatie, ’s avonds na 18.00 uur geen eten meer mag geven. Hij of zij mag wel gewoon water drinken. Konijnen en knaagdieren mogen niet nuchter zijn!

De eerste uren na de operatie

  • Uw huisdier komt na de operatie bij uit de narcose in een verwarmde omgeving. Als het nodig is, krijgt hij antibiotica en pijnstillers toegediend. Is het dier voldoende wakker, dan mag hij mee naar huis.
  • De narcose heeft tot gevolg dat uw dier wankel is, erg moe en soms misselijk. Hij heeft de eerste dag veel extra zorg en aandacht nodig.
  • Let er op dat het geopereerde dier niet weer suf wordt. Het moet wel op uw aandacht reageren.
  • Het dier moet warm aanvoelen. Als u twijfelt kunt u de lichaamstemperatuur meten met een thermometer in de anus. De temperatuur moet tussen de 38 en 39 graden liggen.
  • De kleur van de tong moet roze zijn.
  • U krijgt instructies van uw dierenarts over het eten, drinken en medicijngebruik van uw huisdier. Volg deze nauwgezet op.
  • Operatiewonden worden bij huisdieren meestal niet verbonden. Gaat uw dier er toch aan likken of krabben, overleg dan met de dierenarts wat u daaraan kunt doen.
  • Houd een hond warm en rustig. Leg hem eventueel vast met een riem.
  • Laat uw hond af en toe kort uit aan de riem.
  • Zorg dat een kat niet thuis op hoge meubels springt. Laat haar eventueel in het reismandje zitten of houd haar in een kleine ruimte tot ze weer stevig op de been is.

Voorgaande aan de operatie

  • Als u een afspraak wilt of moet maken voor de operatie van uw huisdier, vermeld daarbij waarom het gaat. Uw dierenarts kan zodoende voldoende tijd inplannen.
  • Gebruikt uw huisdier bepaalde medicijnen, waarvan de dierenarts eventueel niet op de hoogte is, vertel dat bij het maken van de afspraak.
  • Een ouder dier of een dier waarmee u al vaker voor hetzelfde probleem bij de dierenarts bent geweest, kunt u beter enkele dagen voor de operatie nog even laten onderzoeken. Zo kan het (narcose)risico beter worden ingeschat en de narcose desgewenst worden aangepast.
  • Als er gezondheidsklachten optreden tussen het moment van het maken van de afspraak en de operatie zelf, overleg zo snel mogelijk hierover met uw dierenarts. Wacht in elk geval niet tot het moment van de operatie is aangebroken.
  • Vraag wanneer u uw dier in principe weer kunt ophalen en zorg dat er iemand thuis is op de dag van de operatie. Uw huisdier kan dan nog niet alleen blijven.
  • Zorg dat uw huisdier nuchter is. Mogelijk kan hij tijdens de narcose braken en kan er voedsel in zijn longen terecht komen. Voor alle huisdieren behalve knaagdieren, konijnen en fretten geldt dat ze 12 uur voor de operatie niets meer mogen eten. Voor katten kan dit betekenen dat u ze 12 uur voor de operatie binnenhoudt, om te voorkomen dat ze elders hun eten bij elkaar sprokkelen. Water drinken moet nog wel mogelijk zijn. Fretten mogen tot 6 uur voor de operatie eten. Knaagdieren en konijnen moeten voor de operatie eten.

De dag van de operatie

  • Breng het dier op de afgesproken tijd.
  • Zorg dat het dier schoon is en geen vlooien heeft, maar wacht niet met de anti-vlooien behandeling tot vlak voor de operatie.
  • Laat een hond vooraf plassen en zijn ontlasting doen op een zo schoon mogelijke plaats.
  • Breng uw hond met een halsband om en aan een korte riem.
  • Breng uw kat in een stevig mandje.
  • Uw konijn of knaagdier doet u in een mandje of doos. Neem eventueel wat voer mee in een apart bakje.
  • Voor uw fret volstaat een mandje met een lap erin. Neem apart wat voer voor hem mee.
  • Laat een telefoonnummer achter waarop u tijdens de operatie bereikbaar bent.

Gasanesthesie en uitgebreide bewaking

Dieren die onder narcose worden gebracht krijgen een buisje in hun luchtpijp waardoor ze constant extra zuurstof krijgen en indien nodig kan er een gasvormig narcosemiddel worden toegediend. Het voordeel hiervan is dat de diepte van de narcose heel nauwkeurig en snel aan te passen is. Ook zijn de dieren na afloop van een operatie sneller en beter wakker. Verder kan een dier ook worden beademd door dit buisje in zijn luchtpijp, indien dit nodig is.
Daarnaast komen de dieren aan uitgebreide bewakingsapparatuur te liggen, waarmee tijdens de narcose alle vitale functies van het dier nauwgezet in de gaten kunnen worden gehouden. Hierbij gaat het om de hartslag, ademhaling, ecg, zuurstofgehalte in het bloed, CO2 in de uitgeademde lucht en de lichaamstemperatuur. Door deze bewaking is de optimale veiligheid van de narcose gegarandeerd, omdat eventuele problemen zeer snel opvallen en kunnen worden opgelost.

De eerste dagen na de operatie

  • Afhankelijk van de aard van de ingreep laat u uw hond de eerste 10-14 dagen aangelijnd uit. Laat hem niet springen of spelen.
  • Houd uw kat de eerste dagen na de operatie binnen. Buiten kan zij opgejaagd worden waardoor de wond onder spanning komt te staan.
  • Na 10-14 dagen, soms nog later, moeten de hechtingen verwijderd worden. Wanneer dat precies is, wordt u verteld als u de operatiepatient komt ophalen.

Als alles goed verloopt zal uw huisdier snel weer de oude zijn.

Maar soms gebeuren er dingen waardoor u ongerust wordt. Wanneer moet u de dierenarts raadplegen?

Dat zetten we hieronder op een rijtje:

  • Het dier enkele uren na thuiskomst nog steeds erg suf is of steeds suffer wordt.
  • Het dier erg koud aanvoelt.
  • Er meer dan enkele druppels bloed uit de wond komen of als het dier bleek wordt.
  • Het dier veel braakt.
  • Het dier de dag na de operatie nog niet drinkt en de tweede dag na de operatie nog niet eet.
Scroll Up