Heupdysplasie

Heupdysplasie

Heupdysplasie is de meest voorkomende orthopedische aandoening bij de hond.

Het begrip dysplasie komt uit het oud Grieks en betekent misvorming. Het is een ontwikkelingsstoornis waarbij in 1e instantie na de geboorte tijdens de groei speling ontstaat tussen de heupkop en de heupkom. De kop ligt niet mooi aangesloten in de kom tijdens het staan en de beweging. Daarbij spelen allerlei factoren een rol. Te noemen zijn: de gewrichtsbanden, de bespiering rond het heupgewricht, de gewrichtsvloeistof en ook de vorm en de stand van kop en kom. Is er veel speling dan ontstaat er een verhoogde slijtage, die men ook wel arthrose noemt. Die arthrose geeft een aantal veranderingen die genoemd worden in het bijgevoegde staatje. In het algemeen kan je zeggen dat het gewricht op den duur stijver wordt, minder bewegingsmogelijkheden heeft, en veel gevoeliger of zelfs pijnlijk wordt.

Wat kun je aan de hond merken?

De te losse heup kan al vanaf 4 maanden leiden tot pijnlijkheid, kreupelheid en afwijkend gangwerk. Een hele slungelige en zwakke gang kunnen deze honden vertonen. Veel blijven liggen en moeilijk opstaan is een veelgehoorde klacht. De achterhand blijft achter in ontwikkeling, in tegenstelling tot de voorhand die juist door de verhoogde belasting sterker ontwikkeld wordt.

De belangrijkste veranderingen bij de oudere hond zijn, voortvloeiend uit de arthrose, terug te voeren op stijfheid, een verhoogde gevoeligheid of pijnlijkheid. Het moeilijker opstaan en niet meer willen springen of traplopen is vaak opvallend. De hond blijft veel meer liggen en is minder actief gedurende de dag. Soms kan dit leiden tot karakterveranderingen: humeuriger tot zelfs afwerend zijn, niet aangeraakt willen worden in de achterhand.
Uiteindelijk kun je verlies van bespiering in de achterhand zien, hetgeen de situatie nog verder verergert.

Het vaststellen van de diagnose

De dierenarts die met bovenstaande verschijnselen geconfronteerd wordt tracht vervolgens middels zijn onderzoek de diagnose HD bevestigen. Allereerst neemt hij het verhaal van de eigenaar met hem door. Daarna wordt de hond gemonsterd en kun je een indruk vormen van het type en de ernst van de stijfheid of kreupelheid. Ook een verminderde bespiering, eventueel eenzijdig, kun je zo al opmerken. Dan volgt het onderzoek op tafel. Hierbij wordt de hond in zijligging gebracht en wordt het hele achterbeen afgevoeld en de gewrichten systematisch onderzocht. Het heupgewricht wordt gestrekt en gebogen en er wordt getracht vast te stellen of er pijnlijkheid is hierbij. Ook een eventuele verminderde bewegingsmogelijkheid is van belang. Crepitatie (schuren, kraken) wordt soms opgemerkt.

Het röntgenologisch onderzoek

De uiteindelijk diagnose wordt bevestigd door het maken van röntgenopnames van het heupgewricht. Traditioneel, al meer dan 30 jaar, wordt hiervoor de hond op zijn rug gelegd en de achterbenen parallel aan de tafel naar achteren getrokken, waarbij de knieschijven precies midden op het bovenbeen worden geprojecteerd. Dit is de standaardpositie I volgens het FCI en Hirschfeldstichting protocol.
Je kunt hierbij de mate van arthrose aan beide heupgewrichten vaststellen (misvorming aan de kop en kom, extra botwoekeringen), en een indruk vormen van de aansluiting cq speling van de heupgewrichten (Norbergwaarde meten en berekenen).

Scroll Up