Hernia

De wervelkolom van de hond is een soepele doch stevige verbinding tussen voor en achterhand (borst- en lendenwervelkolom) en tussen hoofd en romp (halswervelkolom). Tijdens het staan en voortbewegen van het lichaam en hoofd worden er grote krachten uitgeoefend op de wervelkolom.

De diagnose

De diagnose stellen we door middel van een aantal gegevens. Allereerst op basis van het verhaal van de eigenaar; hoe en wanneer is het begonnen, wat zijn de verschijnselen, zijn ze permanent of wisselend, is het progressief of niet. De gevolgen van een hernia kan men onderscheiden in vijf groepen.

Het begint bij honden met een minimale pijnlijkheid bij beweging (graad I) tot de hond met een dwarslaesie, waarbij een totale verlamming het gevolg is (graad V). Bijkomende problemen zijn dan de onmogelijkheid te plassen of ontlasting te produceren en het verlies van gevoel in de benen. De groepen daartussen hebben toenemende zenuwuitvalsverschijnselen. Met een uitgebreid klinisch en neurologisch onderzoek kun je vervolgens vaststellen of het een ruggemergprobleem is en wat de meest waarschijnlijke localisatie is in de rug.

Het belangrijkste vervolgonderzoek is het röntgenonderzoek. Heb je een verdenking op een hernia of een ander ruggemergprobleem en is vastgesteld in welk gedeelte van de rug deze zich bevindt, dan kun je gericht een aantal foto’s maken. Dit moeten goed gedetailleerde opnames zijn. Hierop kan men in bepaalde gevallen duidelijke aanwijzingen krijgen voor een of meerdere hernia’s. Echter voor een precieze diagnose en localisatie, ook met oog op een eventueel operatief ingrijpen moet je verder beeldvormend onderzoek doen.
Daarvoor zijn een drietal mogelijkheden: 1. het contrastonderzoek 2. een CT-scan 3. een MRI scan.

Prognose

Zoals aangegeven is de prognose goed voor honden met alleen pijnklachten bij het eerste onderzoek. Als de hond op dat moment naast pijn zenuwuitvalsverschijnselen heeft is het van belang of hij gevoel heeft in de benen. Met name het zogenaamde diepe pijn voelen is belangrijk.

Als de hond dit niet kan maakt dit de prognose gereserveerd. Daarnaast heeft een acuut optredende en snel verslechterende situatie een slechtere prognose dan een langzaam en geleidelijk verslechterende situatie. In het algemeen moet de situatie binnen 4 weken na begin van de behandeling verbeterd zijn, anders zal dit slechts zeer zelden leiden tot volledige genezing.

De wervelkolom

De wervelkolom is opgebouwd uit benige wervels die met elkaar scharnieren door enerzijds gewrichtjes en anderzijds de tussenwervelschijven. Deze laatsten zijn opgebouwd uit 3 componenten, de annulus fibrosus (bindweefsel ring) en de nucleus pulposus (gelatineuze kern) en de kraakbenige eindplaat. Samen zorgen zij voor stevigheid en soepelheid en de mogelijkheid te kunnen bewegen in meerdere richtingen. Ook zorgt deze opbouw voor een goede bescherming van het door de wervels heenlopende ruggemerg. In dit zogenaamde ruggemergkanaal bevinden zich naast het ruggemerg dat bestaat uit zenuwcellen en zenuwbanen welke zorgen voor aansturing en gevoel van het lichaam ook nog meerdere vliezen en banden. Tussen elke opvolgende wervel treden zenuwbanen uit naar de rest van het lichaam als aftakkingen van het ruggemerg.
Hieromheen bevinden zich banden, pezen en spierbundels die mede zorgen voor de stabiliteit van de wervelkolom. Verder zijn er bloedvaten die voor voeding en zuurstofvoorziening zorgen.

Elk van deze componenten kan theoretisch zorgen voor problemen (bot, gewricht, tussenwervelschijf, zenuwen, bloedvaten, banden, spieren). Is het de tussenwervelschijf dan spreken we in geval van beschadiging, verval en uitpuiling naar het ruggemergkanaal van een hernia.

Door verschillende oorzaken kan deze tussenwervelschijf verminderen van kwaliteit en soepelheid. In het algemeen loopt hierbij het vochtgehalte in de tussenwervelschijf door deze degeneratie terug en wordt het vermogen als stootbuffer te fungeren en de soepelheid veel minder. Hierdoor wordt de rug minder flexibel, waardoor de belastingen op onder andere de tussenwervelschijf nog groter worden, waardoor nog meer degeneratie optreedt.

Het materiaal uit de kern van de tussenwervelschijf kan door deverzwakte bindweefsel ring in het ruggemergkanaal terecht komen of uitpuilen. Bij oudere dierenkan dit langzamer en geleidelijk optreden. Doordat het ruggemergkanaal een begrensde ruimte is leidt dit tot drukverhoging en tot direkte beschadiging van de zenuwbanen. Afhankelijk van de plaats, de grootte van de uitpuiling, de snelheid van optreden en de bijkomende brokstukken kan er geringe tot zeer ernstige beschadiging optreden.

Behandeling

De behandeling van de hernia patiënt is sterk afhankelijk van de symptomen en de interpretatie van de bevindingen tijdens het onderzoek. Het spectrum bevindt zich tussen rust en pijnstilling enerzijds en uitgebreide chirurgie anderzijds.

Veruit de grootste groep in de praktijk wordt conservatief (niet chirurgisch) behandeld. Met name de groep met pijn en geen verlammingsverschijnselen. Deze bestaat dan uit rust, om verdere uitstulping van de tussenwervelschijf te voorkomen en om de druk op deze te verminderen, een eenmalige toediening van corticosteroïden, en daarna pijnstillers. Deze rust kan in ernstige gevallen bestaan uit 6 weken hokrust cq zoveel mogelijk in een bench. Negentig procent van de honden die bij het eerste onderzoek kunnen lopen genezen hiermee, tegenover vijftig procent van de honden die gedeeltelijk verlamd zijn bij het eerste onderzoek.
Daarnaast is er nog een uitgebreid spectrum aan bijkomende behandelingen mogelijk als acupunctuur, fysiotherapie, en alternatieve geneeswijzen.

Indicaties voor chirurgisch ingrijpen zijn blijvende pijn ondanks de hiervoor beschreven conservatieve behandeling, serieuze en/of progressieve uitvalsverschijnselen en terugkerende episoden van verschijnselen van tussenwervelschijfproblemen.

Scroll Up