Jaarlijkse gezondheidscontrole en vaccinaties voor katten

Gezondheidscontrole kat

Naast de vaccinatie wordt er tijdens de jaarlijkse cheque up ook gekeken naar de gezondheid van uw kat. Ook voor uw kat geldt dat voorkomen beter is dan genezen. Bij deze gezondheidscontrole wordt o.a. gelet op: Algehele gezondheidstoestand:

  • Gebit
  • Oren
  • Hart
  • Blaasproblemen
  • Lever/nierfunctie (senioren)
  • Voeding en gewicht
  • Parasieten: wormen, vlooien/teken

Natuurlijk is er ruim tijd om eventule vragen van uw kant te beantwoorden.

Vaccinatie: Elk jaar ontvangt u van ons een herinnering voor de hervaccinatie van uw huisdier. Heel kort staat hieronder een uitleg over de verschillende ziekten waartegen uw kat gevaccineerd kan worden.

Kattenziekte is een ernstige, zeer besmettelijke ziekte die met name voor problemen zorgt bij jonge katten. Het virus vermeerdert zich vooral in de snel delende cellen van het beenmerg en de darmen.

Niesziekte is een aandoening waarbij sprake is van een ontsteking van de voorste luchtwegen. Meerdere ziekteverwekkers spelen een rol. Daarnaast zijn huisvesting, klimaat en verzorging van belang bij het ontstaan van niesziekte. Daarom is het beter te spreken van het niesziektecomplex.

Rabiës is de Latijnse naam voor hondsdolheid. Het rabiësvirus wordt vooral via speeksel (bijten) overgebracht, waarna het via zenuwen naar de hersenen gaat. De ziekte is zeer gevaarlijk: mens en dier gaan vrijwel zonder uitzondering dood binnen 1 week nadat de verschijnselen zich openbaren.

Ontwormschema

Op tijd ontwormen is erg belangrijk. Zeker met (kleine) kinderen die met de kat spelen zijn erg gevoelig voor wormbesmetting. Het schema hieronder geeft aan wanneer u uw kat het beste kunt ontwormen.

2wkn 4wkn 6wkn 8wkn 12wkn 3mnd 4mnd 5mnd 6mnd elk jaar
Ontwormen x x x x x x x x x 4x per jaar

Vaccinaties kat

Er wordt al sinds eind 1700 gebruik gemaakt van vaccinatie (enten). Dr Edward Jenner ontdekte een vaccin tegen koepokken. Het vaccin leverde immuniteit op tegen de pokken bij de mens. De werking van de vaccins is echt uitgevonden door Louis Pasteur. Hij maakte eind 1800 een vaccin tegen hondsdolheid.
De vaccinaties zijn erg belangrijk bij het voorkómen van bepaalde ziektes. Deze ziektes zijn meestal virussen. Tegen een virus kun je niets of nauwelijks iets beginnen met antibiotica. Tegen een bacteriële infectie vaak wel.
Vaccinatie werkt als volgt: we brengen een dood, verzwakt of levend virus in het dier. Het lichaam bouwt antistoffen op tegen die bepaalde ziekte. Als het dier in aanraking komt met het echte virus, herkent het lichaam dat en maakt snel antistoffen aan, of er is nog voldoende aanwezig om het virus direct te doden. Er zijn ook ziektes die veroorzaakt worden door meerdere soorten ziektenverwekkers, het kan ook een combinatie zijn van een virus en een bacterie, bv kennelhoest.
U hoeft gelukkig zelf niet te onthouden wanneer uw kat moet worden gevaccineerd: elk jaar ontvangt u van ons een herinnering voor de hervaccinatie van uw huisdier. Naast de vaccinatie wordt ook een algemeen onderzoek gedaan naar de gezondheid van uw kat. Een jaarlijkse gezondheids-check dus waarbij ook ruim tijd is om eventuele vragen van uw kant te beantwoorden.

Voor de volgende ziektes kan uw kat gevaccineerd worden:

Kattenziekte

Kattenziekte is een ernstige, zeer besmettelijke ziekte die met name voor problemen zorgt bij jonge katten. Het virus vermeerdert zich vooral in de snel delende cellen van het beenmerg en de darmen.

De verschijnselen van kattenziekte
Verminderde afweer (het beenmerg speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van witte bloedcellen) en afwijkingen van het maagdarmkanaal vormen de belangrijkste verschijnselen. De ernst hiervan hangt af van de leeftijd van het dier (een jonger dier krijgt vaak ernstiger verschijnselen) en van de weerstand tegen kattenziekte op het moment van de besmetting.
Het meest opvallend zijn de verschijnselen van het maagdarmkanaal: ernstige buikpijn, braken, diarree en uitdroging.
Katten met kattenziekte hebben koorts en maken een zieke indruk. Door de verminderde weerstand kunnen andere infecties (bijvoorbeeld aan de luchtwegen) het ziektebeeld verergeren.
Bij dieren die de besmetting overleven kan nog gedurende enkele weken tot maanden diarree aanwezig zijn. Infecties bij zwangere katten kunnen leiden tot de geboorte van afwijkende kittens (afwijkingen in hersenen, vreemde manier van lopen). Het kattenziektevirus kan jarenlang in de omgeving van de katten besmettelijk blijven en is alleen met bepaalde ontsmettingsmiddelen kapot te krijgen.

Enting
Na enting tegen kattenziekte ontstaat een goede en langdurige bescherming. Door poezen goed te enten en ervoor te zorgen dat kittens meteen na de geboorte voldoende moedermelk op kunnen nemen krijgen de kittens een uitstekende bescherming van de moeder mee. Enting van de moeder voor het dekken zorgt ervoor dat de moeder aan de kittens via de melk een goede weerstand meegeeft. Daarom is enting van kittens in de leeftijd van 9 tot 12 weken in de meeste gevallen voldoende. Hierna vindt de volgende enting plaats als de kat ongeveer 1 jaar oud is, waarna jaarlijks of 1 maal per twee jaar wordt geënt.

Niesziekte

Niesziekte is een aandoening waarbij sprake is van een ontsteking van de voorste luchtwegen. Meerdere ziekteverwekkers spelen een rol. Daarnaast zijn huisvesting, klimaat en verzorging van belang bij het ontstaan van niesziekte. Daarom is het beter te spreken van het niesziektecomplex.

De verschijnselen van niesziekte
Bij niesziekte is, zoals de naam al aangeeft, sprake van een soort verkoudheid bij katten. Afhankelijk van de verwekker, de leeftijd en de weerstand van de dieren kunnen de verschijnselen minder ernstig zijn; niezen, wat hoesten met waterige neus- en ooguitvloeiing, tot zeer ernstig; sloom, koorts, niet eten, niezen, hoesten, speekselen, ernstige neus- en ooguitvloeiing, beschadiging van tong- en wangslijmvliezen. Niesziekte komt met name voor op plaatsen waar katten intensief met elkaar in contact kunnen komen, zoals in catteries, pensions en na bezoek aan tentoonstellingen. Contact tussen katten maar ook contact met besmette materialen vormen de belangrijkste manieren van besmetting.

Preventie
Belangrijk is dat de kans op overdracht van infecties tussen dieren zoveel mogelijk wordt voorkomen. Hygiënische maatregelen zoals regelmatige ontsmetting van ruimten en materialen, het wassen van handen en wisselen van kleding zijn belangrijk. De kans op besmetting tussen katten onderling wordt sterk verminderd als katten op een afstand van anderhalve meter van elkaar of in kooien met dichte zijwanden worden gehouden. Ook dienen de klimaatomstandigheden goed te zijn. Zieke dieren en pas aangekochte dieren dienen gedurende enkele weken apart gehouden te worden. Omdat genoemde maatregelen in de praktijk vrijwel niet sluitend te krijgen zijn is het noodzakelijk dat katten tevens regelmatig tegen niesziekte worden geënt.

Enting
Waar de enting tegen kattenziekte een vrijwel complete bescherming geeft is dat voor niesziekte veel minder het geval. Dit komt door de vele besmettelijke en niet-besmettelijke factoren die bij niesziekte een rol spelen. Toch zijn entingen van groot belang om de kans op niesziekte zo klein mogelijk te maken en om, als een infectie toch aanslaat, de verschijnselen zo gering mogelijk te laten zijn. Geadviseerd wordt om te enten tegen alle verwekkers van niesziekte waarvoor een entstof bestaat. In de meeste gevallen wordt een eerste enting gegeven op de leeftijd van 9 weken. Voor een goede basisbescherming moet deze enting op de leeftijd van 12 weken worden herhaald. Als zich op jongere leeftijd problemen voordoen kan al op 6 weken voor het eerst worden geënt (herhalen op 9 en 12 weken). Daarna is het raadzaam om de enting in overleg met je dierenarts regelmatig te herhalen.

Hondsdolheid

Rabiës is de Latijnse naam voor hondsdolheid. Het rabiësvirus wordt vooral via speeksel (bijten) overgebracht, waarna het via zenuwen naar de hersenen gaat. In de hersene zorgt het voor een gedragsverandering: het dier wordt agressief en wilt alles wat beweegt bijten. Het virus zit in het speeksel enzo verspreid het virus. De ziekte is zeer gevaarlijk: mens en dier gaan vrijwel zonder uitzondering dood binnen 1 week nadat de verschijnselen zich openbaren. Ook katten zijn gevoelig voor rabiësvirus. Een kat met rabiës zal meestal wegkruipen en slechts bij uitzondering andere dieren of mensen bijten. Toch bestaat de kans dat katten besmet worden en gezien het dodelijke verloop van de ziekte is het noodzaak dat katten worden geënt als er gevaar bestaat voor besmetting met rabiës.

Enting
Tegen rabiës wordt geënt met entstoffen op basis van dood rabiësvirus. Na een eenmalige enting vanaf de leeftijd van 12 weken ontstaat een weerstand die 3 jaar aanhoudt. Als je echter met je kat de grens over wilt gelden andere regels (enting is pas 30 dagen na toediening geldig, enting mag niet ouder zijn dan 1 jaar). Omdat de eisen voor de verschillende landen sterk kunnen verschillen is het verstandig ruim tevoren contact op te nemen met de ons over de invoereisen van het land waar je heen gaat. Voor Engeland, Noorwegen en Zweden moet je minimaal een half jaar van tevoren je dierenarts raadplegen ivm bloedtesten.

Scroll Up